compendium - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord compendium compendiacompendiums
verkleinwoord compendiumpje compendiumpjes

Zelfstandig naamwoord

het compendium o [3]

  1. (letterkunde), (onderwijs) samenvattend overzicht of handboek, zowel voor studenten als beroepsbeoefenaars
    Ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan heeft de Nederlandse Vereniging voor Urologie een compendium voor huisartsen uitgegeven.[4]
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "compendium" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. compendium op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 18 september 2024 Weblink bron “Urologie op een rijtje” (10 november 2008), H&W
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
compendium compendiums/compendia

Zelfstandig naamwoord

compendium

  1. (letterkunde), (onderwijs) compendium, handboek

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
camping le compendium compendiums les compendiums

Zelfstandig naamwoord

Woordherkomst en -opbouw

compendium m

  1. (letterkunde), (onderwijs) compendium, handboek