consumeren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
consumeren consumeerde geconsumeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

consumeren

  1. overgankelijk voeding nuttigen
    • De bezoekers consumeerden grote hoeveelheden ijs op die warme dag.
    • Naar verwachting leven er in 2050 zo’n tien miljard mensen op deze planeet. Op dit moment consumeren we wereldwijd 280 miljoen ton vlees, een vraag die tegen die tijd verdubbeld zal zijn. Ons huidige voedselsysteem is dus onhoudbaar. [3]
  2. overgankelijk (economie) het verbruiken van goederen en diensten
    • Als er niet voldoende geconsumeerd wordt komt de economie in grote problemen.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

2. verbruik van goederen en diensten in de economie

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "consumeren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Wiktionnaire
  3. www.duurzaambedrijfsleven.nl (12 dec 2019)
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be