cru - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cru cru's
verkleinwoord cruutje cruutjes

Zelfstandig naamwoord

de cru m

  1. wijnstreek en wijnoogst m.b.t. plaats en jaar
    • geeft u mij maar een grandcru château Lafite Rothschild van 1953
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen cru cruer
verbogen crue cruere
partitief cru's cruers -

Bijvoeglijk naamwoord

cru [2]

  1. ruw, grof, rauw, hard, ruig

Bijwoord

cru [3]

  1. ruw, grof, rauw, hard, ruig
    Eigen schuld, dikke bult. Als je te veel drinkt, kan dat soort dingen gebeuren. (...) Om het een beetje cru te stellen: jammer, maar helaas.[4]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

Frans

Uitspraak

| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------- | | mannelijk | cru | crus | | vrouwelijk | crue | crues |

Bijvoeglijk naamwoord

cru

  1. rauw; ongekookt
  2. cru bn
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
cru le cru crus les crus

Zelfstandig naamwoord

cru m

  1. cru zn

Werkwoord

cru

  1. voltooid deelwoord (participe passé) van croire