curve - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord curve curven, curves
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de curve v / m

  1. kromme lijn
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. curve op website: Etymologiebank.nl
  2. "curve" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
vervoeging
onbepaalde wijs to curve
he/she/it curves
verleden tijd curved
voltooid deelwoord curved
onvoltooid deelwoord curving
gebiedende wijs curve

Werkwoord

curve

  1. onovergankelijk buigen [2]
  2. overgankelijk buigen [1], ombuigen, doen krommen

Bijvoeglijk naamwoord

curve

  1. gebogen
enkelvoud meervoud
curve curves

Zelfstandig naamwoord

curve

  1. (wiskunde) curve, kromme
  2. (wiskunde) snijkromme
  3. (verkeer) bocht (in een weg)
  4. gebogen, gewelfd oppervlak

Spaans

Werkwoord

vervoeging van
curvar

curve

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van curvar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van curvar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van curvar