daten - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
daten datete gedatet
zwak -t volledig

Werkwoord

daten

  1. meerdere dates, afspraakjes maken met iemand
    • Ik datete hem een tijdje.
    • We hebben eerst een tijd gemaild en ge-sms't en daarna pas gedatet.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. meerdere dates, afspraakjes maken met iemand.

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Spaans

Werkwoord

vervoeging van
datar

daten

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van datar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van datar