debacle - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord debacle debacles
verkleinwoord debacletje debacletjes

Zelfstandig naamwoord

de debacle v / m, het debacle o

  1. bijzonder slecht aflopende gebeurtenis
    • Na dat debacle had hij niet veel meer te verliezen.
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. debacle op website: Etymologiebank.nl
  3. "debacle" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be