debet - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord debet -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

het debet o

  1. (boekhouding) actiefzijde, linkerzijde van de balans met bezittingen en vorderingen
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

schuldig zijn aan iets

Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "debet" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be