deemoedig - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen deemoedig deemoediger deemoedigst
verbogen deemoedige deemoedigere deemoedigste
partitief deemoedigs deemoedigers -

Bijvoeglijk naamwoord

deemoedig [2]

  1. nederig en onderworpen zijn
    • De deemoedige vrouw durfde niets tegen haar man te zeggen.
    • De deemoedige' slaaf deed alles wat zijn baas hem vroeg.
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1.

Engels: humble (en) Spaans: humilde (es), humildes (es)

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. deemoedig op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be