delen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
delen deelde gedeeld
zwak -d volledig
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
delen gedeeld
deel delend
deling
gedeelte

Werkwoord

delen

  1. overgankelijk samen met een ander gebruiken
    • We delen een kamer.
    • Wij deelden alle fooien eerlijk onder elkaar.
    • Eerlijk zullen we alles delen.
  2. overgankelijk het verstrekken van informatie (in de ruime zin van het woord) aan een of meer anderen, of het publiceren ervan, of als het online staat, het attent erop maken en gemakkelijk toegankelijk maken door het verstrekken van een link
    • Hij deelde zijn gevoelens alleen maar met zijn vrouw.
    • Via sociale media delen mensen verhalen, kennis en ervaringen.
    • Je kan je locatie delen met andere gebruikers van deze app.
      Er werden jeugdverhalen en toekomstdromen gedeeld.[2]
  3. overgankelijk in meer dan één stuk snijden of hakken
    • Het stuk koek werd gedeeld.
  4. overgankelijk (wiskunde) rekenkundige bewerking: het aantal bepalen dat een getal (het deeltal) groter is dan een ander getal (de deler)
    • Hoeveel is 12 gedeeld door 3 ?
  5. ~ in: een aandeel krijgen in
    • Alle medewerkers delen in de winst van het bedrijf.
Schrijfwijzen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. samen met een ander gebruiken

2. in meer dan één stuk snijden of hakken

Zelfstandig naamwoord

de delen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord deel
  2. gezaagde houten planken
    • Een houten vloer van vurenhouten delen.
  3. gelijksoortige stukken (bestanddelen, afdelingen enz.) van een geheel (de stukken kunnen verschillen in grootte maar zijn gelijk van samenstelling)
    • De vaas is in drie delen gevallen.
  4. onderdelen, waarbij verschillen in functie of samenstelling buiten beschouwing zijn gelaten
    • In grote delen van de krijgsmacht heerst onrust, vooral bij de (het onderdeel) marine.
Schrijfwijzen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "delen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Cornisch

enkelvoud meervoud
delen delyow, delkyow

Zelfstandig naamwoord

delen v

  1. (plantkunde) blad

Deens

Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

delen, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van del

Noors

Woordafbreking
Naar frequentie 1952

Zelfstandig naamwoord

delen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van del

Nynorsk

Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

delen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van del