despoot - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord despoot despoten
verkleinwoord despootje despootjes

Zelfstandig naamwoord

de despoot m

  1. (politiek) onderdrukkende alleenheerser
    • Hoe kun je democratisch besturen als je voorstellen en ideeën alleen door een despoot zouden kunnen worden uitgevoerd?[3]
  2. heerszuchtig persoon of instituut
    • Niemand weet wie de ‘financiële markt’ is, maar één ding is zeker. Het is de hoofdrolspeler, de boeman van de eurocrisis. Als een onzichtbare despoot regeert de markt per rentedecreet, stuurt hele regeringen weg, dwingt tot belastingverhogingen, loonmatigingen en bezuinigingen. De dag na de Spaanse verkiezingen is er maar één oordeel dat echt telt, de markt. Die hield zijn duim naar beneden. Onverbiddelijk.[4]
      Tegen de tijd dat ik hem ontmoette, was hij een despoot die met ijzeren vuist regeerde en geen enkele ongehoorzaamheid van zijn minderen duldde.[5]
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "despoot" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. despoot op website: Etymologiebank.nl
  3. NRC Bas Heijne 11 juni 2016
  4. NRC Rosanne Hertzberger 23 november 2011

  5. Danielle Teller (vert. Marja Borg)
    “Er was eens iets anders” (2018), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026346477
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be