dienst - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dienst diensten
verkleinwoord dienstje dienstjes

Zelfstandig naamwoord

de dienst m *

  1. bepaalde vorm van hulpverlening, bijstand of assistentie
    • Iemand een dienst bewijzen.
  2. (economie) een eenheid voor werktijd, zoals bij ploegendienst
    • Bij een dienst van acht uur of langer beginnen en eindigen de pauzes in de periode gelegen tussen drie uur na aanvang en drie uur voor het einde van de arbeid.[3]
  3. (maatschappij) een dienstverlenende instantie, vaak als onderdeel van een overkoepelende organisatie
    • De sociale dienst van de gemeente verstrekt uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden.
    • De horeca-ondernemers kozen massaal voor de gemeentelijke dienst die bij hen het vet kwam ophalen.[4]
      "VU, hef niet je aardwetenschappen-afdeling op!", schrijft hoofdgeoloog van de Geologische Dienst Nederland, Michiel van der Meulen van TNO, in een oproep op LinkedIn. "Als ze dit besluit doorzetten, keren ze hun rug naar de samenleving en de toekomst", gaat hij verder. "Of het nou voor een beter milieu is, meer welvaart of grotere autonomie - voor Nederland, Europa of de wereld: aardwetenschappers leveren een essentiële bijdrage."[5]
  4. (economie) een economisch product (goed) in niet-fysieke vorm
    • In dit geval verleent het reisbureau een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, 1° of 3° van het Wetboek.[6]
      De anonimiteit en vluchtigheid die een verblijf in een hotel normaal gesproken kenmerken, die de sensatie van treurnis en opwinding teweegbrengen dat je tijdelijk in een niemandsland tussen vertrek van huis en thuiskomst verzeild bent geraakt, waar, omdat er niets gebeurt, net zo goed alles zou kunnen gebeuren, en die een man alleen tussen vreemde lakens na een whisky te veel, achterovergeslagen op een kruk aan de bar in de lobby met een laatste slappe grap voor de stoïcijns glazen polerende barman, op het idee kunnen brengen dat er geen haan naar zou kraaien als hij de nachtportier belde met de vraag of hij iemand kende die haar diensten aanbood, waarbij het alleen die whisky te veel is die hem ervan weerhoudt om dat ook echt te doen, zijn hier in Grand Hotel Europa bleke herinneringen aan een moderniteit die zich ver weg van hier afspeelt in een andere wereld.[7]
  5. (religie) kerkdienst, een godsdienstoefening
    • Aan het einde van de dienst werd gezamenlijk het ¨Onze Vader¨ gebeden.[8]
    • De predikanten De Lange (hervormde kerk), Van den Hout (gereformeerde kerk) en Wittmer (baptistengemeente) leiden de dienst. Van den Hout houdt de preek, waarin hij vertelt dat hij drie jongens heeft - alle drie op de basisschool - en dat ze het thuis wel eens 'gezellig' maken. [9]
  6. (militair) dienstplicht, het ingevolge van de opkomstplicht verplicht dienen van een militair (historisch in Nederland)
  7. (militair) militaire ~, het vrijwillig dienen van een beroepsmilitair
    • Misschien was dat wel de reden waarom Albert meteen aan het begin van de oorlog dienst had genomen. [10]
  8. (economie) in ~ zijn van: een aanstelling hebben bij een bedrijf of andere organisatie
    Als ingenieur in dienst van de Noorse staat zou zijn loon 600 Noorse kronen per jaar zijn geweest plus vrije kost en inwoning, dat wilde zeggen het recht om te wonen zoals hij nu woonde maar dan met zes of zeven meter hoge sneeuwhopen voor het huis.[11]
Opmerkingen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

niet werken, kapot zijn

vertellen wat er gebeuren moet

wanneer iemand helpt, doet men graag iets terug

Vertalingen

Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Bijwoord

dienst

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    • dienstdoen: dat deed dienst als warmte-isolatie.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[12]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "dienst" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. dienst op website: Etymologiebank.nl
  3. uniesecurity.nl
  4. Burgemeester d'Hondt eist cultuuromslag bij gemeentelijke dienst, Trouw, 04-10-1995
  5. Bronlink geraadpleegd op 6 mei 2025 Weblink bron
    Sven Schaap
    “Werkveld luidt noodklok op actiedag tegen verdwijnen aardwetenschappen VU” (6 mei 2025), NOS
  6. fgov,be
  7. “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 29
  8. Jazz-dienst in de Gertrudiskerk, regioactueel.nl, 08-06-2014
  9. Tubantia 08-11-07 Basisscholen Westerhaar vieren Dankdag

  10. Lemaitre, Pierre
    "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 17

  11. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044628142
  12. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Middelnederlands

enkelvoud meervoud
nominatief dienst dienste
genitief diensts dienste
datief dienste diensten
accusatief dienst dienste

Zelfstandig naamwoord

dienst m (soms o)

  1. dienst