dobberen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Schema van een vlotter die blijft dobberen op de golven.

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
dobberen dobberde gedobberd
zwak -d volledig

Werkwoord

dobberen

  1. inergatief stuurloos op de golven op en neer bewegen
    • Hij heeft enige uren gedobberd voor er hulp kwam.
  2. ergatief stuurloos op de golven bewegend ergens geraken
    • Hij was na verloop van tijd naar de kant gedobberd.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. "dobberen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be