docent - WikiWoordenboek (original) (raw)

docent

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord docent docenten
verkleinwoord docentje docentjes

Zelfstandig naamwoord

de docent m

  1. (onderwijs), (beroep) iemand die les geeft (bij het voortgezet of hoger onderwijs)
    • Hij is universitair docent in Leiden.
    • Docenten van de muziekschool gaven een concert.
      Hansje verwees het verhaal van de docent naar het rijk der fabelen.[3]
      En toen hij jaren daarna in Rusland was om zich voor te bereiden op zijn eerste ruimtereis, schreef ze op de achterkant van die kaart in een priegelig handschrift een samenvatting van alles wat hun docent had gezegd.[4]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "docent" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238

  4. Samantha Harvey
    “In Orbit” (2024), De Bezige Bij op Wikipedia, ISBN 9789403135625
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Pools

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

docent m

  1. (onderwijs)(beroep) docent
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Slowaaks

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

docent m

  1. (onderwijs)(beroep) docent, academisch docent; een wetenschappelijk-pedagogische graad in het hoger onderwijs
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

docent mbezield

  1. (onderwijs)(beroep) docent, academisch docent; een wetenschappelijk-pedagogische graad in het hoger onderwijs
Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief docent docenti
genitief docenta docentů
datief korte vorm docentu docentům
lange vorm docentovi
accusatief docenta docenty
vocatief docente docenti
locatief korte vorm docentu docentech
lange vorm docentovi
instrumentalis docentem docenty
Afkorting
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
docentíček mbezield docentsky (bw.) docentství o doktor m doktorand m doktorant m doktorát m doktrína v doktrinář m dokument monbezield dokumentace v dokumentární dokumentarista mbezield dokumentaristický dokumentaristika v dokumentovat indoktrinace v indoktrinovat

Meer informatie

Verwijzingen