doctor - WikiWoordenboek (original) (raw)

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: dokter

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doctor doctorsdoctoren
verkleinwoord doctortje doctortjes

Zelfstandig naamwoord

de doctor m

  1. een academicus die een goedgekeurd proefschrift heeft geschreven
    • Hij is laatst gepromoveerd van academicus tot doctor.
Afgeleide begrippen
Afkorting
Vertalingen

1. een academicus die een goedgekeurd proefschrift heeft geschreven

Deens: doktor (da) g Duits: Doktor (de) m Engels: doctor (en) Fins: tohtori (fi) Frans: docteur (fr) m Grieks: διδάκτωρ (el) m Italiaans: dottore di ricerca (it) m Pools: doktor (pl) m Spaans: doctor (es) m Tsjechisch: doktor (cs) m bezield Zweeds: doktor (sv) g

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "doctor" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
doctor doctors

Zelfstandig naamwoord

doctor

  1. (beroep) arts
  2. doctor

Spaans

enkelvoud meervoud
doctor doctores

Zelfstandig naamwoord

doctor m

  1. doctor