doei - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Tussenwerpsel

doei

  1. (informeel) een begroeting of afscheidsgroet
    • Nou, doei!, ik zie jullie morgen wel.
      Snelle handdrukken voor Heleen Kronenberg werden gevolgd door een gezamenlijk 'doei' in de richting van Rogier.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen