doffer - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doffer doffers
verkleinwoord doffertje doffertjes

Zelfstandig naamwoord

de doffer m

  1. (dierkunde) een mannetjesduif
    • De doffer broedt meestal overdag op de eieren en de duivin de rest van de tijd.
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

1.

Duits: Tauber (de) m, Täuber (de) m, Tauberich (de) m, Täuberich (de) m, Taubenmännchen (de) o Engels: cock-pigeon (en), cock pigeon (en), cock-dove (en), cock dove (en) Volapük: hipijun (vo)

Bijvoeglijk naamwoord

doffer

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van dof

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "doffer" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. doffer op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be