doos - WikiWoordenboek (original) (raw)
[1] Een doos.
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: doos (hulp, bestand)
- IPA: / dos / (1 lettergreep)
- (Noord-Nederland): /doʊs/
- (Vlaanderen, Brabant): /doːs/
- (Limburg): /doːs/
Woordafbreking
- doos
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘kartonnen omhulsel’ voor het eerst aangetroffen in 1361 [1]
- Van Middelnederlands "dose", vanaf midden 14e eeuw bekend. Waarschijnlijk van Latijn dosis, naar het spanen doosje waarin een medicijn verstrekt werd.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | doos | dozen |
| verkleinwoord | doosje | doosjes |
Zelfstandig naamwoord
- een veelal kartonnen balkvormig opslagmiddel
- (informeel), (dysfemisme) een vagina
- (informeel), (pejoratief) (scheldwoord) een vrouw
- (elektrotechniek) kunststof bakje waarin de verbindingen in een elektrische installatie tot stand worden gebracht
- (informeel) toilet
- ik ben op zoek naar de doos, kunt u me even helpen?
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- doos van Pandora, doos-in-doosconstructie, doosachtig, dooskwal, doosniveau, doosvormig, doosvrucht, dozenfabriek, dozenopener, dozenschuiver, luciferdoosje
Uitdrukkingen en gezegden
- uit de oude doos
- een sigaar uit eigen doos geven
iemand iets geven dat eigenlijk al van die persoon is
- doos van Pandora
een bron van veel ellende die, eens in gang gezet, niet meer stopgezet kan worden
Vertalingen
1. een veelal kartonnen balkvormig opslagmiddel
| Afrikaans: doos (af), boks (af) Arabisch: صندوق (ar), علبة (ar) Bretons: boest (br) v, -où Bulgaars: кутия (bg) v, кашон (bg) m Catalaans: caixa (ca), capsa (ca) Chinees: 箱子 (zh) Duits: Karton (de) m, Kiste (de) v, Schachtel (de) v Ekspreso: kasia Engels: box (en) Esperanto: skatolo (eo) Fins: laatikko (fi) Frans: boîte (fr) v, caisse (fr) v Hongaars: doboz (hu) Ido: buxo (io) | Iers: bosca (ga) Indonesisch: kotak (id) Interlingua: cassa (ia) Italiaans: scatola (it) v Japans: 箱 (ja) (はこ, hako) Pools: pudło (pl) o, pudełko (pl) o Portugees: caixa (pt) v Roemeens: cutie (ro) Russisch: ящик (ru) m, коробка (ru) v Spaans: caja (es) v Tok Pisin: bokis (tpi) Welsh: blwch (cy) m Zweeds: låda (sv) g |
|---|
5. informele naam voor toilet
Gangbaarheid
- Het woord doos staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "doos" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 95 % | van de Vlamingen.[4] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "doos" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Jessie Burton vert. Marja Borg
“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Manik Sarkar
“Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be