doublet - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doublet doubletten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

het doublet o [3]

  1. dubbel exemplaar van iets
  2. (taalkunde) twee of meer woorden in dezelfde taal die etymologisch dezelfde herkomst hebben, maar zich verschillend hebben ontwikkeld
    • De Nederlandse woorden "fris" en "vers" zijn een doublet.
  3. (natuurkunde) tweevoudige spectraallijn, of tweevoudige energietoestand van een atoom
  4. (jachttaal) het gelijktijdig schieten van twee stuks wild met twee lopen van hetzelfde geweer
  5. (visserij) het vangen van twee vissen met hetzelfde aas
  6. (spel) worp waarbij alle dobbelstenen dezelfde ogen hebben
  7. (bridge) extra bod voor meer punten
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "doublet" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. doublet op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be