doublet - WikiWoordenboek (original) (raw)
- In de betekenis van ‘dubbel exemplaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1771.[1]
- Leenwoord uit Frans doublet ‘doublure van een schild’, verkleiningsvorm van double ‘dubbel’.[2]
het doublet o [3]
- dubbel exemplaar van iets
- (taalkunde) twee of meer woorden in dezelfde taal die etymologisch dezelfde herkomst hebben, maar zich verschillend hebben ontwikkeld
- De Nederlandse woorden "fris" en "vers" zijn een doublet.
- (natuurkunde) tweevoudige spectraallijn, of tweevoudige energietoestand van een atoom
- (jachttaal) het gelijktijdig schieten van twee stuks wild met twee lopen van hetzelfde geweer
- (visserij) het vangen van twee vissen met hetzelfde aas
- (spel) worp waarbij alle dobbelstenen dezelfde ogen hebben
- (bridge) extra bod voor meer punten
| 78 % |
van de Nederlanders; |
| 67 % |
van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "doublet" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ doublet op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be