doven - WikiWoordenboek (original) (raw)

Doven.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
doven /ˈdovə(n)/ doofde /ˈdovdə/ gedoofd /ɣəˈdoft/
zwak -d volledig

Werkwoord

doven

  1. overgankelijk een vlam uit doen gaan
    • De brandweer wist het vuur snel te doven.
    • Iemand heeft het vuur gedoofd.
    • Het vuur is vanzelf gedoofd.
    • De kampeerder doofde het kampvuur heel grondig om het ontstaan van een bosbrand te voorkomen.
  2. overgankelijk een lamp uitdoen
    Ze zeiden niets, schopten alleen hun schoenen uit, deden de bedlampjes aan en doofden de plafondverlichting.[2]
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een vlam uit doen gaan

Zelfstandig naamwoord

de doven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dove

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "doven" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044633535
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Deens

Bijvoeglijk naamwoord

doven

  1. lui

Verwijzingen