dreigen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
dreigen dreigend
dreiging
Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
dreigen dreigde gedreigd
zwak -d volledig

Werkwoord

dreigen

  1. inergatief een bestraffende handeling in het vooruitzicht stellen
    • De werknemers dreigden met een staking.
  2. bang maken
  3. er zou iets ergs kunnen gebeuren
    • Er dreigt een fors onweer.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een bestraffende handeling in het vooruitzicht stellen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "dreigen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. dreigen op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be