dreigend - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- drei·gend
Woordherkomst en -opbouw
Werkwoord
dreigend
- onvoltooid deelwoord van dreigen
- attributief gebruikt
- Door de met politie-ingrijpen dreigende brieven liep de spanning verder op.
- bijwoordelijk gebruikt
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | dreigend | dreigender | dreigendst |
| verbogen | dreigende | dreigendere | dreigendste |
| partitief | dreigends | dreigenders | - |
Bijvoeglijk naamwoord
dreigend
- angst oproepend voor iets dat gaat gebeuren
- De dreigende houding van de man maakte iedereen bang.
- op het punt staan te gebeuren (van iets naars)
- Er is een dreigend tekort aan leraren.
- Hij waarschuwt voor een dreigend financieel debacle met de bouwplannen.
▸ Eerst nog met alleen felle windstoten die aan onze jassen rukten en ons lieten wiebelen op het steile pad, maar inmiddels is de lucht bijna zwart en lichten de kale bergen voor ons op onder felle lichtflitsen die vergezeld gaan van dreigend gedonder.[3]
Vertalingen
Gangbaarheid
- Het woord dreigend staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dreigend" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
Verwijzingen
- ↑
Teuntje de Haan
“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑
Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be