dreun - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
0:10 dreunend geluid van trams op de Erasmusbrug te Rotterdam
Uitspraak
Woordafbreking
- dreun
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dreun | dreunen |
| verkleinwoord | dreuntje | dreuntjes |
Zelfstandig naamwoord
de dreun m
- een luid laag geluid
- Er klonk een dreun toen het gevaarte omviel.
- een harde klap
- Hij verkocht hem een harde dreun.
Synoniemen
[2] aai baffer hengst houw klap knal lel mep opdoffer opdonder opduvel oplawaai oplazer opsodemieter opstopper optater peut poeier ram slag stomp watjekouw
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| dreunen |
dreun
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dreunen
- Ik dreun.
- gebiedende wijs van dreunen
- Dreun!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dreunen
- Dreun je?
Gangbaarheid
- Het woord dreun staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dreun" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
Verwijzingen
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be