drommel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drommel drommels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de drommel m

  1. (religie) duivel
  2. beklagenswaardig persoon
Synoniemen
Typische woordcombinaties

[2] "beklagenswaardig persoon"

Een zielig persoon

Tussenwerpsel

drommel

  1. (krachtterm) uitroep van boze verontwaardiging
    • Wat drommel!
Synoniemen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "drommel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. drommel op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be