drop - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord drop droppen
verkleinwoord dropje dropjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord drop drops
verkleinwoord dropje dropjes

Zelfstandig naamwoord

drop v/m/o

  1. (snoepgoed) zwart gekleurd snoepgoed gemaakt van o.a. zoethoutextract, bindmiddel, suiker. (jap: Vlaams).
    • Ik heb een grote zak drop gekocht.
  2. (badminton) slag waarmee de shuttle vlak achter het net wordt gespeeld
    • Vandaag gaan we trainen op de drop, een speler speelt enkel drops, de andere speler gaat lobben.
  3. druppel
Uitdrukkingen en gezegden

van iets vervelends in iets nog ergers komen

Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

slag waarmee de shuttle vlak achter het net wordt gespeeld

Werkwoord

vervoeging van
droppen

drop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van droppen
    • Ik drop.
  2. gebiedende wijs van droppen
    • Drop!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van droppen
    • Drop je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "drop" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. drop op website: Etymologiebank.nl
  3. drop op website: Etymologiebank.nl
  4. drop op website: Etymologiebank.nl
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
drop drops

drop

  1. druppel
  2. achteruitgang, daling
  3. oorbel
  4. toneelgordijn
  5. valklep, valluik
  6. dropping, het droppen
  7. (sport) dropkick
vervoeging
onbepaalde wijs to drop
he/she/it drops
verleden tijd dropped
voltooid deelwoord dropped
onvoltooid deelwoord dropping
gebiedende wijs drop

Werkwoord

to drop

  1. onovergankelijk druipen, druppelen
  2. onovergankelijk afnemen [5], dalen, teruglopen [1], verminderen
  3. onovergankelijk ophouden [1]
  4. onovergankelijk, (informeel) betrapt worden
  5. overgankelijk afgeven, afleveren
  6. overgankelijk laten druipen/druppelen
  7. overgankelijk laten vallen/zakken; droppen
  8. overgankelijk ophouden/stoppen met
  9. overgankelijk, (sport) dropkicken
  10. overgankelijk, (informeel) betrappen
  11. overgankelijk, (informeel) innemen [5] (m.n. v. drugs)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Pools

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

drop m

  1. (trapachtigen) trap; een vogel uit de orde Otidiformes
  2. (trapachtigen) grote trap; een soort uit de familie Trappen [1]
Synoniemen
  1. Drop zwyczajny m, drop wielki m
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen

Slowaaks

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

drop mbezield

  1. (trapachtigen) trap; vogel uit de orde Otidiformes
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen

Meer informatie

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

drop mbezield

  1. (trapachtigen) trap; vogel uit de orde Otidiformes
    «Na území Česka žije drop velký a drop malý.»
    Op Tsjechisch grondgebied leven de grote en kleine trap.
Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief drop dropi / dropové
genitief dropa dropů
datief korte vorm dropu dropům
lange vorm dropovi
accusatief dropa dropy
vocatief drope dropi / dropové
locatief korte vorm dropu dropech
lange vorm dropovi
instrumentalis dropem dropy
Schrijfwijzen
Gelijkklinkende woorden
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties

Meer informatie

Verwijzingen

Zelfstandig naamwoord

drop monbezield

  1. (sport) het droppen; bij het golfen de bal vastnemen met de handen en de bal met gestrekte arm weer naar beneden laten vallen