echtelijk - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen echtelijk echtelijker echtelijkst
verbogen echtelijke echtelijkere echtelijkste
partitief echtelijks echtelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

echtelijk [1]

  1. (formeel) betrekking hebbend op het huwelijk en/of een echtpaar
Verwante begrippen
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be