een - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- een
Woordherkomst en -opbouw
- erfwoord, via Middelnederlands een van Oudnederlands ēn [1][2]
Lidwoord
[A] een
- onbepaald lidwoord dat in het Nederlands wordt gebruikt voor een onbepaald zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.
- Is dat een merel of een kauwtje?
▸ De gemeente Den Haag is tevreden. Wethouder Robert Barker (Partij voor de Dieren) noemt de uitspraak een duurzame mijlpaal. "Deze uitspraak laat zien dat gemeenten niet machteloos zijn, maar wel degelijk instrumenten hebben om de klimaatcrisis aan te pakken."[4]
- Is dat een merel of een kauwtje?
- ook voor meervouden in uitroepende zinnen die verbazing over een aantal uitdrukken
- En een mensen dat er kwamen kijken!
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
- eenzelfde
- Vroeger volgden lidwoorden de naamvallen waarmee het bijbehorende zelfstandig naamwoord werd verbogen; deze verbogen vormen komen soms terug in afgeleide woorden en versteende uitdrukkingen. Streektalen kennen of kenden soms andere vormen. Het verdwijnen van deze vormen is geleidelijk gegaan en niet voor alle vormen in hetzelfde tempo. Het stelselmatig toepassen ervan lijkt bovendien altijd meer iets uit zeer verzorgde schrijftaal te zijn geweest. De vormen zijn hier in de huidige spelling vermeld, maar de schrijfwijze eene, eener en eenen waren vroeger gangbaar.
| naamval | mannelijk | vrouwelijk | onzijdig |
|---|---|---|---|
| 1e: nominatief | een oude gast | ene oude jurk | een oud paard |
| 2e: genitief | eens ouden gasts | ener oude jurk | eens ouden paards |
| 3e: datief | enen ouden gaste | ener oude jurk | enen oud paarde |
| 4e: accusatief | enen ouden gast | ene oude jurk | een oud paard |
Uitdrukkingen en gezegden
- een gat in de lucht springen
- een kat een kat noemen
- een koekje van eigen deeg krijgen
- een onsje minder
- een pot pakken
- van het hart een steen maken
- voor een appel en een ei
Spreekwoorden
- al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding
- [1] de mens is de mens een wolf
- een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken
Verwante begrippen
| Telwoord (nl) | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 |
| 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 |
| 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 |
| 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 |
| 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 |
| 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 |
| 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | 66 | 67 | 68 | 69 |
| 70 | 71 | 72 | 73 | 74 | 75 | 76 | 77 | 78 | 79 |
| 80 | 81 | 82 | 83 | 84 | 85 | 86 | 87 | 88 | 89 |
| 90 | 91 | 92 | 93 | 94 | 95 | 96 | 97 | 98 | 99 |
| 100 | 200 | 300 | 400 | 500 | 600 | 700 | 800 | 900 | 1000 |
| 106 | 109 | 1012 | 1015 | 1018 | 1021 | 1024 | 1027 | 1030 | 1033 |
| 1036 | 1039 | 1042 | 1045 | 1048 | 1051 | 1054 | 1057 | 1060 | 1063 |
| 1066 | 1069 | 1072 | 1075 | 1099 | 10100 | 10120 | 10303 | 103003 | ∞ |
Hoofdtelwoord
[B] een
- "1", het kleinste gehele getal, het getal tussen nul en twee
- om een hoeveelheid aan te geven
- De totale kosten bedragen een euro en zevenendertig cent.
- om een plaats in een volgorde aan te geven
- Het juiste antwoord op opgave een is "42".
- om een hoeveelheid aan te geven
- een geheel vormend
- Deze drie partijen zijn een geworden.
Schrijfwijzen
- één (alleen als in de context verwarring met het lidwoord mogelijk is)
- 1 (decimaal)
- 1 (binair)
- 1 (hexadecimaal)
- I (Romeins)
Afgeleide begrippen
zelfstandig naamwoord, samengesteld met "een" ht
- een-tweetje
- eenbaansweg
- eenbes
- eendagsbloem
- eendagskuiken
- eendagstoerisme
- eendagstoerist
- eendagsvlieg
- eendagsvlinder
- eendagswedstrijd
- eendekker
- eendracht
- eenfase-inductiemotor
- eenfasesynchroonmotor
- eengezinswoning
- eenhendelkraan
- eenhoorn
- eenkamerappartement
- eenkamerstelsel
- eenkamerwoning
- eenkristal
- eenling
- eenmansactie
- eenmansband
- eenmansbedrijf
- eenmanscel
- eenmansfractie
- eenmansjury
- eenmansoorlog
- eenmansorkest
- eenmansruimtecapsule
- eenmanszaak
- eenmeifeest
- eennachtsijs
- eenoog
- eenoudergezin
- eenpansgerecht
- eenpartijstaat
- eenpartijstelsel
- eenpersoonsbed
- eenpersoonshuishouden
- eenpoot
- eenpoter
- eenruiter
- eensgezinswoning
- eensteensmuur
- eensterrenhotel
- eentaligheid
- eenterm
- eenverdiener
- eenvoud
- eenwieler
- [2] eenwording
- eenzaat
- eenzang
- eenzitter
- enenmale
- twee-onder-een-kapwoning
bijvoeglijk naamwoord, samengesteld met "een" ht
- een-eiig
- een-na-laatst
- eenaderig
- eenarmig
- eenassig
- eenatomig
- eenbenig
- eenbeukig
- eenbloemig
- eenbroederig
- eencellig
- eendaags
- eendelig
- eendimensionaal
- eenduidig
- eeneiig
- eenfasig
- eengestreept
- eenhelmig
- eenhoevig
- eenhokkig
- eenhoofdig
- eenhuizig
- eenjarig
- eenjukkig
- eenkennig
- eenkiemig
- eenkieuwig
- eenklauwig
- eenkleppig
- eenkleurig
- eenkolommig
- eenkoppig
- eenlagig
- eenlettergrepig
- eenlobbig
- eenlopend
- eenmalig
- eenmannig
- eenmantelig
- eenmotorig
- eenogig
- [2] eenparig
- eenpersoons
- eenregelig
- eenriemig
- eenrijig
- eenschalig
- [2] eensdenkend
- eensgegeten
- eensgezind
- eenslachtig
- [2] eensluidend
- eenspillig
- eenspletig
- eensporig
- eenstaartig
- eenstemmig
- eenstijlig
- eenstralig
- eentakkig
- eentalig
- eentallig
- eentandig
- eentongig
- eentonig
- eentoppig
- eenurig
- eenvakkig
- eenvervig
- eenvingerig
- eenvoetig
- eenvormig
- eenvoudig
- eenvuldig
- eenwaardig
- eenwandig
- eenwielig
- eenzaam
- eenzadig
- eenzelvig
- eenzijdig
bijwoord
rangtelwoord
hooftelwoorden samengesteld met "een" ht als rechterdeel
- achtendertighonderdeen
- achtennegentighonderdeen
- achtentachtighonderdeen
- achtentwintighonderdeen
- achtenveertighonderdeen
- achtenvijftighonderdeen
- achtenzestighonderdeen
- achtenzeventighonderdeen
- achtduizend een
- achthonderdeen
- achttienhonderdeen
- dertienhonderdeen
- drieëndertighonderdeen
- drieënnegentighonderdeen
- drieëntachtighonderdeen
- drieëntwintighonderdeen
- drieënveertighonderdeen
- drieënvijftighonderdeen
- drieënzestighonderdeen
- drieënzeventighonderdeen
- drieduizend een
- driehonderdeen
- duizend een
- eenendertighonderdeen
- eenennegentighonderdeen
- eenentachtighonderdeen
- eenentwintighonderdeen
- eenenveertighonderdeen
- eenenvijftighonderdeen
- eenenzestighonderdeen
- eenenzeventighonderdeen
- elfhonderdeen
- honderdeen
- negenendertighonderdeen
- negenennegentighonderdeen
- negenentachtighonderdeen
- negenentwintighonderdeen
- negenenveertighonderdeen
- negenenvijftighonderdeen
- negenenzestighonderdeen
- negenenzeventighonderdeen
- negenduizend een
- negenhonderdeen
- negentienhonderdeen
- twaalfhonderdeen
- tweeëndertighonderdeen
- tweeënnegentighonderdeen
- tweeëntachtighonderdeen
- tweeëntwintighonderdeen
- tweeënveertighonderdeen
- tweeënvijftighonderdeen
- tweeënzestighonderdeen
- tweeënzeventighonderdeen
- tweeduizend een
- tweehonderdeen
- veertienhonderdeen
- vierendertighonderdeen
- vierennegentighonderdeen
- vierentachtighonderdeen
- vierentwintighonderdeen
- vierenveertighonderdeen
- vierenvijftighonderdeen
- vierenzestighonderdeen
- vierenzeventighonderdeen
- vierduizend een
- vierhonderdeen
- vijfendertighonderdeen
- vijfennegentighonderdeen
- vijfentachtighonderdeen
- vijfentwintighonderdeen
- vijfenveertighonderdeen
- vijfenvijftighonderdeen
- vijfenzestighonderdeen
- vijfenzeventighonderdeen
- vijfduizend een
- vijfhonderdeen
- vijftienhonderdeen
- zesendertighonderdeen
- zesennegentighonderdeen
- zesentachtighonderdeen
- zesentwintighonderdeen
- zesenveertighonderdeen
- zesenvijftighonderdeen
- zesenzestighonderdeen
- zesenzeventighonderdeen
- zesduizend een
- zeshonderdeen
- zestienhonderdeen
- zevenendertighonderdeen
- zevenennegentighonderdeen
- zevenentachtighonderdeen
- zevenentwintighonderdeen
- zevenenveertighonderdeen
- zevenenvijftighonderdeen
- zevenenzestighonderdeen
- zevenenzeventighonderdeen
- zevenduizend een
- zevenhonderdeen
- zeventienhonderdeen
| [B] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | een | enen |
| verkleinwoord | eentje | eentjes |
Zelfstandig naamwoord
- dat wat in een (rang)ordening met 1 is aangeduid
- Gezondheid is bij mij altijd een.
- De een voor zijn proefwerk Nederlands was een straf voor afkijken.
- het cijfer 1
- Op zijn proefwerk stond een onderstreepte, rode een.
- Het symbool l voor "liter" wordt gemakkelijk verward met de een.
- enkel iets of iemand (als tegenstelling met meerdere)
- Zij zat daar in haar eentje en niemand die met haar praatte.
- Oké geef me er nog maar een, maar dat is dan ook echt het laatste wijntje dat ik drink.
Schrijfwijzen
Typische woordcombinaties
- [3] nog een
één enkele erbij - [3] me er een zijn
opvallen door gedrag dat nog net aanvaardbaar is
Afgeleide begrippen
samenstellingen met "een" zn als eerste deel
Bijvoeglijk naamwoord
[B] een
- verschillende zaken die zo met elkaar verbonden zijn dat ze eigenlijk een voorwerp geworden zijn
- De beroemde violist was een geworden met zijn viool.
- Ook al komen we uit verschillende landen, samen vormen we één team.
- een en al helemaal
- Het jonge kind was een en al aandacht voor Sinterklaas en zijn Pieterbaas.
Schrijfwijzen
- één (alleen als in de context verwarring met het lidwoord mogelijk is)
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
- Het woord een staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "een" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[5] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ een op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 "een" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Weblink bron “Den Haag krijgt gelijk van de rechter: verbod op fossiele reclames mag” (25 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Achterhoeks
Hoofdtelwoord
een
Zelfstandig naamwoord
een
Lidwoord
een
Afrikaans
| Telwoord (afr) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 0 | ||||
| 1 | 11 | 10 | 100 | 103 |
| 2 | 12 | 20 | 200 | 106 |
| 3 | 13 | 30 | 300 | 109 |
| 4 | 14 | 40 | 400 | |
| 5 | 15 | 50 | 500 | |
| 6 | 16 | 60 | 600 | |
| 7 | 17 | 70 | 700 | |
| 8 | 18 | 80 | 800 | |
| 9 | 19 | 90 | 900 |
Uitspraak
Woordafbreking
- een
Woordherkomst en -opbouw
Hoofdtelwoord
een
Afgeleide begrippen
| eenakter eenbedryf eendag eenheid | eenkant eenmaal eenoog eenpho |
|---|
Verwante begrippen
Anagrammen
Drents
Hoofdtelwoord
een
Lidwoord
een
Fries
Hoofdtelwoord
een
- (dialect: Hindeloopers) een, één; het kleinste hele getal, in Arabische cijfers 1, in Romeinse cijfers I
Schrijfwijzen
Luxemburgs
Uitspraak
Woordafbreking
- een
Onbepaald voornaamwoord
een
Middelnederlands
Uitspraak
- IPA: /eɛ̯n/
Woordherkomst en -opbouw
Lidwoord
een
Overerving en ontlening
- Nederlands: een, 'n
- Zeeuws: 'n
Verwijzingen
Hoofdtelwoord
een
Overerving en ontlening
Verwijzingen
Onbepaald voornaamwoord
een
Verwijzingen
Nedersaksisch
Woordafbreking
- een
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Proto-Germaanse *ainaz
Hoofdtelwoord
een
Schrijfwijzen
| ain één ein | en eune ien |
|---|
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | een | enen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
een
Lidwoord
een
Schrijfwijzen
Antoniemen
Noord-Fries
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Oudfriese ēn
Hoofdtelwoord
een
Verwante begrippen
Oost-Fries
Hoofdtelwoord
een
Riograndenser Hunsrückisch
Uitspraak
- IPA: /eːn/
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Oudhoogduitse ein
Hoofdtelwoord
een
Sallands
Hoofdtelwoord
een
Lidwoord
een
Schrijfwijzen
Verwante begrippen
Saterfries
Uitspraak
- IPA: /eːn/
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Oudfriese ēn
Hoofdtelwoord
een
Schots
Uitspraak
- IPA: /iːn/
Woordafbreking
- een
Zelfstandig naamwoord
een
- meervoud van ee
Stellingwerfs
Lidwoord
een
Schrijfwijzen
Twents
Hoofdtelwoord
een
Zelfstandig naamwoord
een
Lidwoord
een
Urkers
Lidwoord
een
Verwante begrippen
Veluws
Hoofdtelwoord
een
Lidwoord
een
Westfaals
Hoofdtelwoord
een
- (Münsterlands), (Zuidwestfaals) een, één; het kleinste hele getal, in Arabische cijfers 1, in Romeinse cijfers I
Schrijfwijzen
Lidwoord
een
- (Zuidwestfaals) een, 'n; een onbepaald lidwoord