elk - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
naamwoord
onverbogen elk
verbogen elke
Woordherkomst en -opbouw

Onbepaald voornaamwoord

elk

  1. alle afzonderlijk
    • Je kunt niet op elke slak zout leggen.
      Ondanks de prachtige omgeving keek ik bij elk geluid toch wat schichtig achterom. Het was even wennen om helemaal alleen door de uitgestorven woestijn te lopen, maar toch raakte ik geleidelijk in een ritme.[2]
      Ze maakten uitgebreid filmpjes en juichten bij elke donderslag terwijl ik juist dieper in mijn slaapzak kroop. Ik voelde me klein en uiterst kwetsbaar.[2]
  2. ieder mens afzonderlijk
    • Melk is goed voor elk.
  3. geeft aan dat een telwoord als verdelingsgetal bedoeld is
    • Hij gaf de kinderen twee appels elk.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

ieder gezin heeft eigen zorgen en problemen

een ouder meent dat diens eigen kinderen beter/slimmer/etc. zijn dan andermans kinderen

niet iedere poging of alles wat je doet is succesvol

voor iedereen is er wat te vinden

als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar

men moet zich niet zorgen maken over de toekomst

er valt op iedereen wel iets aan te merken

ieder denkt dat de eigen mening bewezen kan worden

iets van twee kanten bekijken, aan iedere zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant

ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden

bij iedereen en alles past wel iemand of iets

Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "elk" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
elk elk

Zelfstandig naamwoord

elk

  1. (evenhoevigen) (Brits) eland Alces alces op Wikispecies
    «We saw two elk at the shore of the Swedish lake.»
    We zagen twee elanden aan de oever van het Zweedse meer.
  2. (evenhoevigen) wapiti, Cervus canadensis op Wikispecies
    «The indians hunted for elk
    De indianen joegen op wapiti's.
Synoniemen