erin - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- er·in
Woordherkomst en -opbouw
| | vnw. bijw. | | | | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | -------------------------------------------------- | -------------------------------------------------- | | voorzetselbijwoord | in | | | persoonlijk | erin | | | aanwijz. | nabij | hierin | | veraf | daarin | | | vragend/betrekk. | waarin | |
Voornaamwoordelijk bijwoord
(scheidbaar)
erin
- persoonlijk: *in+het, in+ze:
- Het zat erin verstopt.
- Er zat iets in verstopt.
▸ Het verbaasde Teresa dat Sarah erin was geslaagd om zichzelf in Santa Justa in de waterput te zien.[2]
▸ Isaac slaagde erin om in Malaga een geweer te kopen van een vakbondsman die er prat op ging dat hij illegaal op wilde zwijnen joeg op het land van zijn baas.[2]
Uitdrukkingen en gezegden
- De klad erin brengen
Het slechter gaan
- De sokken erin zetten
vluchten
- De moed erin houden
blijven hopen op een goede afloop
• ’Wie weet er een mop?’ riep een aarzelende stem. Een voor een begonnen we grappen en verhalen met elkaar te delen om de moed erin te houden. [3]
Vertalingen
Gangbaarheid
- Het woord erin staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "erin" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 95 % | van de Vlamingen.[4] |
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- 1 2
Jessie Burton vert. Marja Borg
“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Yoruba
Zelfstandig naamwoord
erin