essentie - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

de essentie van de economie

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord essentie essenties
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de essentie v

  1. het meeste belangrijke
    Dat inzicht dat je zo intiem leefde met een vreemde, met een man die zijn essentie voor je verborgen hield.[3]
    • De essentie van een tekst staat meestal in de samenvatting.
    • Ik zou me weer kunnen richten op de essentie van mijn bestaan. Hoewel ik me wel afvroeg wat precies de essentie was. Ik moest me op de essentie concentreren. Geen omwegen bewandelen. Maar ik had het onaangename gevoel dat de essentie van mijn leven aan het verschuiven was.[4]
      Menselijke aangelegenheden waren al net zo onveranderlijk als de seizoenen. Keizerrijken bloeiden op en raakten in verval. Perioden van overvloed werden afgewisseld met hongersnoden, maar in essentie bleef alles bij het oude.[5]
  2. (filosofie) de manier van zijn in het algemeen, dat wat een entiteit wezenlijk is
    • Volgens Aristoteles behoort het tot de essentie van de mens dat we een redelijk levend wezen zijn.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. het meeste belangrijke

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "essentie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. essentie op website: Etymologiebank.nl
  3. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280

  4. Sandes, David
    De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 181
  5. “Hoe overleef ik de moderne wereld” (2033), Atlas Contact op Wikipedia, ISBN 9789045045979
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be