etiket - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

bierflesje met etiket

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord etiket etiketten
verkleinwoord etiketje etiketjes

Zelfstandig naamwoord

het etiket o [3]

  1. stuk papier met informatie dat ergens opgeplakt zit
    • Een etiket ergens opplakken is iets een naam geven.
Synoniemen
Vertalingen

1. stuk papier met informatie dat ergens opgeplakt zit

| Duits: Etikett (de) o, Aufkleber (de) m | | | ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | |

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "etiket" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. etiket op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be