exodus - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord exodus exodussen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de exodus m

  1. uittocht van een grote groep mensen met als doel niet meer terug te komen
    • Qaraqosh, de grootste christelijke stad in Irak, werd in 2014 onder de voet gelopen door IS. Eind vorig jaar werd IS verdreven, maar de bevolking keerde niet terug: de christenen vertrouwen hun sunnitische buren niet meer. De exodus van christenen in Irak was al veel langer aan de gang, al sinds de Amerikaanse invasie van 2003 het land in de chaos stortte. [4]
    • Erdal Balci schreef vorige week een mooi, genuanceerd stuk over de exodus van seculiere Turken uit Istanbul in Vonk. Eerst had de conservatieve koers van Erdogan hen verjaagd, nu waren het de aanslagen van IS. De redactie plaatste een link naar het stuk op Facebook met de kop: 'IS richt zijn pijlen op Istanbul, gesteund door Erdogans conservatieve koers.'[5]
  2. vertrek van bedrijven en organisaties
    De exodus van grote verzekeraars uit de Sunshine State in de laatste jaren onderstreept zijn stelling. Als de verzekeringsmaatschappijen al polissen blijven aanbieden, vragen ze zeer hoge premies voor een uitgekleed dekkingspakket.[6]
Synoniemen
Vertalingen

1. uittocht van een grote groep mensen met als doel niet meer terug te komen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. exodus op website: Etymologiebank.nl
  3. "exodus" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. NRC Gert van Langendonck 27 april 2017
  5. Volkskrant Annieke Kranenberg 14 januari 2017
  6. Bronlink geraadpleegd op 13 oktober 2024 Weblink bron
    Ryan Hermelijn
    “Zorgen over verzekeringscrisis Florida groeien na orkaan Milton” (12-10-2024), NOS
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be