faam - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord faam -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de faam v / m

  1. reputatie
    • Deze man schijnt te goeder naam en faam bekend te staan.
  2. roem
    • Die acteurs van tegenwoordig genieten van grote faam.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

bekend staan voor goede dingen

Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "faam" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. faam op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be