factor - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord factor factoren
verkleinwoord factortje factortjes

Zelfstandig naamwoord

de factor m

  1. meewerkende oorzaak, katalysator
    • De aanwezigheid van steenkool was een belangrijke factor voor de ontwikkeling van de chemische industrie in Zuid-Limburg.
  2. (wiskunde) getal in een vermenigvuldiging
    • Het ontbinden in factoren is een belangrijke tak van de wiskunde geworden.
  3. maat waarmee men de werking of een eigenschap van een stof of product kan weergeven
    Ik smeerde me van top tot teen in met factor 50, hees mijn zware rugzak op mijn rug en liep omhoog richting ‘Pinchot Pass’.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord factor factors
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de factor m

  1. (handel), (beroep) iemand die namens een of meer anderen werkzaamheden verricht, bijv. een afgezant van een handelaar
    Kort hierop moet hij vertrokken zijn, want een ander zaakgelastigde, de factor van de Portugese pretendent, verblijft reeds te Antwerpen op 27 apr. 1582.[3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 1 2 "factor" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 6 juni 2023 “Castro (1582), De 'Poeticsche werken'”
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

enkelvoud meervoud
factor factors
vervoeging
onbepaalde wijs to factor
he/she/it factors
verleden tijd factored
voltooid deelwoord factored
onvoltooid deelwoord factoring
gebiedende wijs factor
Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

factor

  1. factor

Werkwoord

factor

  1. onovergankelijk als factor fungeren/werken, factoreren
  2. overgankelijk factoriseren, in factoren ontbinden

Spaans

enkelvoud meervoud
factor factores

Zelfstandig naamwoord

factor m

  1. factor