fallus - WikiWoordenboek (original) (raw)
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘mannelijk lid in erectie’ voor het eerst aangetroffen in 1832 [1]
- [2]
de fallus m [3]
- het mannelijk lid in erectie
| 84 % |
van de Nederlanders; |
| 90 % |
van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "fallus" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ fallus op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be