falsifiëren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
falsifiëren falsifieerde gefalsifieerd
zwak -d volledig

Werkwoord

falsifiëren

  1. overgankelijk, (wetenschap) de ongeldigheid van een theorie (proefondervindelijk) aantonen
    • De mechanica van Newton en de theorie van de luminifere ether werden gefalsifieerd in een experiment waaruit bleek dat de lichtsnelheid gelijk bleef in de richting waarin de aarde voortbeweegt en loodrecht daarop.
  2. vervalsen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be