fitting - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fitting fittingenfittings
verkleinwoord fittinkje fittinkjes

Zelfstandig naamwoord

de fitting m [3]

  1. (elektrotechniek) houder van een gloeilamp (bajonetfitting, schroeffitting)
  2. verbindingshulpstuk bij buisleidingen, mof, sok
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "fitting" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. fitting op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

fitting

  1. onvoltooid deelwoord van fit

Zelfstandig naamwoord

fitting

  1. gerundium van fit
enkelvoud meervoud
fitting fittings

Zelfstandig naamwoord

fitting

  1. (elektrotechniek) fitting, lamphouder