flambouw - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord flambouw flambouwen
verkleinwoord flambouwtje flambouwtjes

Zelfstandig naamwoord

de flambouw v / m

  1. een in brandbare stof gedrenkte stok die gebruikt wordt als buitenverlichting
    • Nu gaan we de flambouwen buiten zetten.
Synoniemen

Gangbaarheid

34 % van de Nederlanders;
22 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "flambouw" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be