flap - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- flap
Woordherkomst en -opbouw
- [A] klanknabootsing van klapperende geluid zoals een vlak van soepel materiaal dat kan maken [1] [2] [3] [4] [5]
- [B] van Engels flap
- [2] zie onder [A 7] voor een uitspraakvariant [8]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | flap | flappen |
| verkleinwoord | flapje | flapjes |
Zelfstandig naamwoord
[A] de flap m
- korte snelle beweging of het geluid dat een vlak van soepel materiaal bij zo'n beweging maakt
- omgeslagen stuk van een lap textiel
- (medisch) omgeslagen stuk van een lap vlees of weefsel
- (kookkunst) koek of gebak uit dun deeg dat om een vulling is geslagen appelflap
- groot vel papier aan een bord
- klep om iets af te sluiten
- (boekbinderij) naar binnen omgeslagen deel van een losse boekomslag
- Op de flap voorin stond een kort stukje over de auteur
- (informeel) betaalmiddel in de vorm van een gedrukt biljet
- (plantkunde) benaming voor zoetwateralgen die een door elkaar gestrengelde massa vormen
Schrijfwijzen
- [9] flab
Synoniemen
- [8] bankbiljet
Hyponiemen
- [1] achterflap, binnenflap, nederflap, voorflap, zijflap
- [3] oorflap,
- [4] appelflap
- [6] vleugelflap
- [7] achterflap, binnenflap, voorflap
Afgeleide begrippen
| flap-over flapaandewand flapdeksel flapdrol | flaphoed flapkan flapmadam flapoor | flapoperatie flapoverbord flappentap flapper | flapperen flaproer flapschoen flaptekst flapuit |
|---|
Afgeleide begrippen
- [8] flappentap
- flapper, flapperen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| flappen |
flap
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flappen
- Ik flap.
- gebiedende wijs van flappen
- Flap!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flappen
- Flap je?
Tussenwerpsel
[A] flap
- doffe geluid zoals dat ontstaat bij een snelle, korte beweging van een soepel vlak
- om een snelle, korte beweging aan te geven
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | flap | flaps |
| verkleinwoord |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie in deze vorm.
Zelfstandig naamwoord
[B] de flap m
- (luchtvaart) beweegbare klep aan een vliegtuigvleugel, bij het landen uitgeklapt om het draagvlak te vergroten
- (boekbinderij) naar binnen omgeslagen deel van een los boekomslag
- Op de flap achterin wordt zijn vorige boek aangeprezen.
- (fonetiek) korte medeklinker die in het spraakkanaal wordt geproduceerd zonder extra opbouw van lucht
- De alveolaire flap.
Gangbaarheid
- Het woord flap staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "flap" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 98 % | van de Vlamingen.[9] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- 1 2 flap op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ "flap" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Engels
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- (zn.) Via Middelengels flap/flappe van Middelnederlands flabbe (zie ook Nederlands flap zn )
- (ww.) Van Middelengels flappen (zie ook Nederlands flappen ww /flapperen)
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| flap | flaps |
Zelfstandig naamwoord
flap
- loshangend uiteinde van iets
- mep zn , tik zn
- flapperende beweging
- (luchtvaart) flap [1], vleugelklep
- (fonetiek) flap [3]
- (medisch) loshangend weefsel (bij een chirurgische operatie)
- (anatomie), (vulgair) vulva zn
- (seksualiteit), (beroep) (vulgair) hoer zn , prostituee
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to flap |
| he/she/it | flaps |
| verleden tijd | flapped |
| voltooid deelwoord | flapped |
| onvoltooid deelwoord | flapping |
| gebiedende wijs | flap |
Werkwoord
flap
- onovergankelijk, fladderen, flapperen
- overgankelijk doen flapperen/fladderen; uitslaan [8]
- overgankelijk een mep/tik geven
- overgankelijk, (fonetiek) als een flap zn uitspreken
- onovergankelijk, (fonetiek) (v.e. spraakklank) als een flap zn worden uitgesproken