flauwekul - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord flauwekul -
verkleinwoord flauwekulletje flauwekulletjes

Zelfstandig naamwoord

de flauwekul m

  1. (informeel) iets wat in geen enkel opzicht zinvol is of iets van nut of betekenis heeft
    • Als ze nu eens zouden beginnen al die administratieve flauwekul af te schaffen voor het onderwijzend personeel, zou er dan niet minder stress zijn bij die mensen? [3]
  2. (verouderd), (voeding) leverworst in het zuur, die als snack vooral in het Amsterdam van vóór de Tweede Wereldoorlog populair was
    • Flauwekul is leverworst met een uitje.
Synoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[1]

(wiskunde)

Geen enkel getal laat zich door 0 delen

Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "flauwekul" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. flauwekul op website: Etymologiebank.nl
  3. De Telegraaf 15 jul. 2019 ’Meer respect voor de onderwijzers’
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be