fonds - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fonds fondsen
verkleinwoord fondsje fondsjes

Zelfstandig naamwoord

het fonds o

  1. een voor een bepaald doel vastgelegd kapitaal, ('potje')
    • een kankerfonds is geld bestemd voor de kankerbestrijding (en niet voor het pensioen van de directeur)
      Dus aangekomen in een gehucht-met-wifi in Noord-Oregon (Big Lake Youth Camp) zocht ik een website waar ik fondsen mee kon gaan werven.[2]
  2. vereniging die dat kapitaal vergaart en beheert
    • bestuurslid van een kankerfonds heeft ruim zeshonderdduizend euro in eigen zak gestoken
  3. effect (waardepapier) van een bepaalde uitgevende instelling b.v. een aandelenfonds, beleggingsfonds, indexfonds, obligatiefonds
    • fondsen worden meestal verhandeld via beurzen
  4. uitgeversfonds (alle werken waarvan een uitgever het recht van uitgave bezit)
    • Als uitgever heb ik een succesvolle bijdrage geleverd aan het verhogen van de omzet voor het fonds
  5. ziekenfonds
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een voor een bepaald doel vastgelegd kapitaal

Zelfstandig naamwoord

de fonds mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord fond

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "fonds" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Categorieën: