fronsen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
fronsen fronste gefronst
zwak -t volledig

Werkwoord

fronsen

  1. overgankelijk de wenkbrauwen ~ van verbazing of afkeuring de wenkbrauwen ophalen
    • Er werd door velen gefronst toen het nieuws verteld werd.
Vertalingen

1. van verbazing of afkeuring de wenkbrauwen ophalen

Zelfstandig naamwoord

de fronsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord frons
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. "fronsen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be