gabber - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gabber gabbers
verkleinwoord gabbertje gabbertjes

Zelfstandig naamwoord

de gabber m

  1. (informeel) vriend, maat
  2. jongere uit de gabberhousesubcultuur
  3. (Jiddisch-Hebreeuws) makker
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1.

Engels: cobber (en) Frans: pote (fr), copain (fr), gabber (fr)

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "gabber" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be