garanderen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
garanderen garandeerde gegarandeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

garanderen

  1. overgankelijk de uitkomst ergens van verzekeren
    • Hij garandeerde dat er geen kwalijke gevolgen aan verbonden waren.
Vertalingen

1. de uitkomst ergens van verzekeren

Duits: garantieren (de) Engels: garantee (en) Frans: garantir (fr) Spaans: garantizar (es), afianzar (es)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "garanderen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Wiktionnaire
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be