gebak - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Gebak met frambozen en blauwe bessen

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gebak -
verkleinwoord gebakje gebakjes

Zelfstandig naamwoord

het gebak o

  1. (voeding) meestal zoet, gebakken voedsel specifiek gemaakt om van te genieten
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. meestal zoet, gebakken voedsel specifiek gemaakt om van te genieten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "gebak" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be