gebed - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gebed gebeden
verkleinwoord gebedje gebedjes

Zelfstandig naamwoord

het gebed o

  1. het bidden.
    De tweede werd geboren in de zesde eeuw. Eigenlijk was hij een zeer eenvoudige monnik, die later abt werd van het klooster in Myra. Een bijzonder vrome man, die door zijn gebed de mensen kon genezen. Hij overleed op 10 december van het jaar 564.[3]
    • Gebed: Moeder Maria, bevrijd ons van Poetin (Pussy Riot)
    • Alles draait in dienst in Baptistenkerk om het thema dankbaarheid. Of het nu het gebed, de preek, een klein toneelspel of de tekst van psalmen, gezangen en liederen, is, alles daat erom dat mensen in het leven dankbaar moeten zijn. [4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Een probleem dat eindeloos blijft aanslepen zonder dat er een passende oplossing komt

Vertalingen

Werkwoord

gebed

  1. voltooid deelwoord van bedden

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "gebed" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. gebed op website: Etymologiebank.nl
  3. “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 10
  4. Tubantia 08-11-07 Basisscholen Westerhaar vieren Dankdag
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Angelsaksisch

Uitspraak
enkelvoud meervoud
nominatief ġebed ġebedu
genitief ġebedes ġebeda
datief ġebede ġebedum
accusatief ġebed ġebedu

Zelfstandig naamwoord

ġebed, o

  1. (religie) gebed
    «Hie to gebede feollon.»
    Zij vielen op hun knieën ten gebede.
  2. petitie
  3. smeekbede
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen