gedegen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gedegen gedegener gedegenst
verbogen - - gedegenste
partitief gedegens gedegeners -
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

gedegen

  1. degelijk, grondig
    • Zij heeft zich gedegen voorbereid.
  2. in de natuur als zodanig voorkomend
    • Koper in gedegen vorm, vind je soms in de natuur.
Vertalingen

1. degelijk, grondig

2. in de natuur als zodanig voorkomend

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "gedegen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be