gehinnik - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gehinnik
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

het gehinnik o

  1. aanhoudend hinniken
    • "Van mensen die een huwelijksaanzoek deden of bovenop Frans Bauer vielen tot mensen die Take That mochten knuffelen of het gehinnik van een paard na konden doen", liet RTL eerder weten.[2]
    • Geluidsman Henk Meeuwsen verzamelt dierengeluiden en legde al menig paardenscheet vast tijdens filmopnames voor een documentaire over de Oostvaardersplassen. Achteraf is hij daar tóch ontevreden over. Zo bevatten de opnames te veel bijgeluiden, zoals bijvoorbeeld gehinnik.[3]
  2. aanhoudend tijdens het lachen een hinnikend geluid voortbrengen
    • "Eerlijk gezegd kan ik zelfs het gehinnik van Van der Gijp niet meer waarderen. Steeds maar weer het afzeiken van dezelfde mensen.[4]
Synoniemen
Vertalingen

2.aanhoudend tijdens het lachen een hinnikend geluid voortbrengen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 01 jun. 2015 Nog één keer Carlo en Irene bij Life 4 You
  3. de Telegraaf 19 apr. 2013 Zoektocht naar zuivere paardenscheten
  4. de Telegraaf 24 jun. 2014 'Terpetijnzeikers'
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be