gezwind - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·zwind
Woordherkomst en -opbouw
- [A] in de betekenis van ‘rap’ voor het eerst aangetroffen in 1599 [1][2]
- [B] vervoeging van zwinden: de stam met omvoegsel ge- -d, zonder -d omdat de stam al op -d eindigt [3]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gezwind | gezwinder | gezwindst |
| verbogen | gezwinde | gezwindere | gezwindste |
| partitief | gezwinds | gezwinders | - |
Bijvoeglijk naamwoord
[A] gezwind
- (formeel) zich vlug voortspoedend
- We gaan gezwind verder.
Uitdrukkingen en gezegden
- Met gezwinde spoed
Erg gehaast
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Werkwoord
gezwind
- voltooid deelwoord van zwinden
Gangbaarheid
- Het woord gezwind staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gezwind" herkend door:
| 81 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 94 % | van de Vlamingen.[4] |
Verwijzingen
- ↑ "gezwind" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ gezwind op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be