gezwind - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gezwind gezwinder gezwindst
verbogen gezwinde gezwindere gezwindste
partitief gezwinds gezwinders -

Bijvoeglijk naamwoord

[A] gezwind

  1. (formeel) zich vlug voortspoedend
    • We gaan gezwind verder.
Uitdrukkingen en gezegden

Erg gehaast

Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

gezwind

  1. voltooid deelwoord van zwinden

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "gezwind" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. gezwind op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be