gis - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gis gisser gist
verbogen gisse gissere giste
partitief gis gissers -

Bijvoeglijk naamwoord

gis

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) intelligent, slim [1], schrander
    • Een gisse opmerking.
Verwante begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord gis gissen
verkleinwoord gisje gisjes

Zelfstandig naamwoord

de gis v / m

  1. (muziek) een halve toon verhoogde toon "g"
    • De toon “gis” klinkt in de getempereerde stemming gelijk aan de toon “as”.
  2. (muziek) de grondtoon (tonica) van de “gis-mineurtoonladder”, tevens een korte aanduiding van die toonladder
    • Op de notenbalk van een vioolsonate in gis, staan vijf kruisen als voortekens.
  3. (muziek) de grondtoon van het “gis-mineurakkoord”, de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de kleinetertstoonladder op die toon
    • De drie tonen van het gis-mineurakkoord (symbool: G#m) in grondligging, zijn: gis - b - dis.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

2. gis-kleinetertstoonladder

3. gis-mineurgrondakkoord

Werkwoord

vervoeging van
gissen

gis

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gissen
    • Ik gis.
  2. gebiedende wijs van gissen
    • Gis!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gissen
    • Gis je?

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "gis" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Duits

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

gis o

  1. (muziek) de toon ”gis”
  2. (muziek) gis: korte aanduiding van de toonaard “gis-mineur
    «Eine Sonate in gis
    Een sonate in gis kleine terts.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid deelwoord
gis gegis
volledig

Zelfstandig naamwoord

gis

  1. gisten
  2. gissen
Afgeleide begrippen