gister - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking

Bijwoord

gister

  1. de laatste dag die voltooid is, aanduiding van de dag die onmiddellijk voorafgaat aan vandaag
    • Hij kwam gister langs.
Synoniemen
Opmerkingen
Antoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. de laatste dag die voltooid is

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

Limburgs

Uitspraak

Bijwoord

gister

  1. gister

Zelfstandig naamwoord

gister o

  1. de vorige dag.
    «Dae koom 'd gistere
    Hij kwam de vorige dag.
Verbuiging
enkelvoud meervoud
geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind
nominatief gister chister gisterke chisterke gister chister gisterkes chisterkes
genitief gisters chisters gisterkes chisterkes gister chister gisterkes chisterkes
locatief gisteres chisteres gistereske chistereske gisterese chisterese gistereskes chistereskes
datief gistere chistere gisterke chisterke gister chister gisterkes chisterkes
accusatief gister chister gisterke chisterke gister chister gisterkes chisterkes